Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3695.

3.7 De A-G Langemeijer concludeerde dat in het betoog van de vrouw geen goede gronden waren gelegen om de waarde of de waardestijging van de woning in de verrekening te betrekken. Wat betreft de reguliere aflossingen concludeerde hij dat het hier gaat om een privé-schuld van de man, aangegaan vóór het huwelijk. Als de man op deze bestaande privé-schuld aflost, is geen sprake van overgespaarde inkomsten die voor verrekening in aanmerking komen. Wat betreft de rentebetalingen overwoog de A-G dat dit geen beleggingen zijn omdat zij niet tot vermogensvermeerdering leiden, maar consumptieve bestedingen, waartegenover het woongenot staat dat aan beide partijen in gelijke mate is toegekomen. Wat betreft de verbouwing die heeft plaatsgevonden concludeerde Langemeijer ten slotte dat deze door de feitenrechter niet als een belegging is beschouwd, hetgeen niet onbegrijpelijk is omdat een verbouwing niet noodzakelijkerwijs tot vermogensvermeerdering leidt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9d939bfc0a191b43f8d78fae81c960ded3751033a8d4b2d62f3e5d6b99458be, en de alinea staat in dat document op bytes 26805 tot 27780.