Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3697.
10) In de feitelijke instanties had de man wél aangevoerd dat de door de vrouw beoogde goodwill zgn. "onbelichaamde goodwill" zou zijn; en dat dergelijke goodwill bij verdeling van een huwelijksgemeenschap buiten beschouwing moet blijven. Het hof heeft dit betoog niet aanvaard, en in cassatie is de man daar niet op teruggekomen. Ik merk ten overvloede op dat het oordeel van het hof mij juist lijkt. De goodwill waar de partijen in deze zaak over van mening verschillen, vormt een factor die tot uitdrukking zal komen in de vergoeding die de man kan bedingen als hij zijn praktijk overdraagt7 - aan een derde, of, bijvoorbeeld met toepassing van art. 20.2 van de maatschapovereenkomst8, aan de verblijvende vennoten. De waarde die deze mogelijkheid vertegenwoordigt moet, wanneer de betrokkenen deelgenoten in een huwelijksgoederengemeenschap zijn, mede aan de andere deelgenoot ten goede komen, en mag niet buiten de verdeling worden gelaten9. Ik roer het punt aan omdat hier ook wel anders over wordt gedacht, met name als het gaat om maatschappen van beroepsbeoefenaren zoals artsen of advocaten10.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97, en de alinea staat in dat document op bytes 9458 tot 10576.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97 | shasum -a 256