Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3697.

Ik heb de indruk dat het middel hier van een al te letterlijke lezing van de beslissing van het hof uitgaat. Wat het hof in zijn beslissing tot uitdrukking brengt, is dat - naar in de rede ligt: met het oog op de onzekerheden waar ook in de eindbeschikking van de rechtbank op gewezen wordt - er op het moment van de van het hof gevraagde beslissing geen voldoende deugdelijke of betrouwbare waardering mogelijk is. Het hof bedoelt ongetwijfeld niet dat iedere waardering, hoe onzeker ook, onmogelijk is. Een dergelijk oordeel zou in hoge mate ongerijmd zijn - al daarom lijkt mij de stellige bewering dat het hof dát niet bedoeld heeft, gerechtvaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97, en de alinea staat in dat document op bytes 10948 tot 11616.