Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC3697.

13) In het verlengde daarvan geldt dat de klacht die ertoe strekt dat het hof gehouden was een deskundige te benoemen, niet kan worden aanvaard. Als aangenomen moet worden dat een verantwoorde waardering van de goodwill met het oog op de bestaande onzekerheden niet mogelijk is, heeft benoeming van een deskundige geen zin. Een tegenstrijdigheid tussen de eerder besproken vaststelling van het hof en de beslissing om geen deskundige te benoemen (zoals in al. 6 van het cassatierekest wordt geopperd) zie ik niet. Overigens: ook in het in art 679 Rv. geregelde geval lijkt mij dat de rechter de vrijheid heeft om naar eigen inzicht te beslissen of hij aan deskundige voorlichting behoefte heeft, zoals dat ook onder de algemene regels van art. 221 e.v. Rv. het geval is11.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9cf93db42d4fb1744c9651b6e29f90aefd567472b679f0b4da889fb0b285d97, en de alinea staat in dat document op bytes 12184 tot 12970.