Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC8110.

Hiermee raken wij aan de problematiek van de pensioen-BV, de directiepensioenstichting en de lijfrentestichting. De kleine pensioenlichamen zijn, in tegenstelling tot de grote fondsen, veelal niet aan het toezicht van de Verzekeringskamer onderworpen. (...) Ook komen kleine pensioenlichamen voor die wel aan het bovenvermelde toezicht zijn onderworpen, (...) Kenmerkend in beide gevallen is dat het belang bij het pensioenlichaam berust bij de pensioengerechtigde of diens familieleden. (...) In deze pensioenlichamen en in de lijfrentestichtingen worden pensioenvoorzieningen respectievelijk lijfrenten ondergebracht van vaak slechts één of enkele gerechtigden. Deze weg wordt tevens gevolgd omdat dit voor de pensioengerechtigde of lijfrentegerechtigde of zijn erfgenamen fiscale voordelen kan hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4eaab559a04b91d5a68309c9e48198dc584f32ea0d070486a014801460ed69f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4eaab559a04b91d5a68309c9e48198dc584f32ea0d070486a014801460ed69f, en de alinea staat in dat document op bytes 13438 tot 14257.