Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZC8110.
2.7. Mijns inziens heeft de wetgever in redelijkheid tot de door hem gemaakte afweging kunnen komen. Hij is derhalve binnen de hem toekomende beoordelingsvrijheid gebleven, toen hij in 1991 zowel de pensioenlichamen bedoeld in artikel 5, onderdeel b, onder 1º, als die bedoeld in artikel 5, onderdeel b, onder 2º, Wet Vpb 1969 niet gelijk achtte aan de overige pensioenlichamen bedoeld in artikel 5, onderdeel b, Wet Vpb 1969 en besloot hen, in tegenstelling tot laatstbedoelde pensioenlichamen, aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen. Ook het Hof is klaarblijkelijk van deze zienswijze uitgegaan. Hierop stuit middel I voor het overige af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4eaab559a04b91d5a68309c9e48198dc584f32ea0d070486a014801460ed69f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4eaab559a04b91d5a68309c9e48198dc584f32ea0d070486a014801460ed69f, en de alinea staat in dat document op bytes 18511 tot 19172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4eaab559a04b91d5a68309c9e48198dc584f32ea0d070486a014801460ed69f | shasum -a 256