Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2023.
13. Voorzover het middel klaagt over de onbegrijpelijkheid van 's hofs oordeel dat er geen andere mogelijkheden bestonden om inzicht te krijgen in de handelingen van de betrokken personen, aangezien het hof niet heeft vermeld welke opsporingsmethoden zouden hebben gefaald berust het op een onjuiste lezing van 's hofs arrest. Het hof heeft immers niet overwogen dat andere opsporingsmethodieken hebben gefaald, maar heeft enkel vastgesteld dat andere opsporingsmethoden niet geschikt waren om inzicht te verkrijgen in het handelen van de verdachten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dbca10320ee62df480d05d229cbc9762482eda1e21bb6cde3654987f07c6cb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dbca10320ee62df480d05d229cbc9762482eda1e21bb6cde3654987f07c6cb5, en de alinea staat in dat document op bytes 17682 tot 18245.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4dbca10320ee62df480d05d229cbc9762482eda1e21bb6cde3654987f07c6cb5 | shasum -a 256