Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2023.
18. De steller van het middel probeert Uw Raad te verleiden tot een interpretatie van art. 140 Sr die zou meebrengen dat de deelnemer behalve opzet op het deelnemen tenminste voorwaardelijk opzet op de concrete feiten moet bezitten. Zo althans lees ik zijn verwijzing naar annotator De Hullu bij voorgaand arrest met het toen evenals nu bijzonder toepasselijke nummer 225. De Hullu is van oordeel dat de thans door Uw Raad gehanteerde formule niet in overeenstemming is met het grondmodel voor de individuele aansprakelijkheid in geval van de deelnemingsvormen - waarbij hij overigens meteen de reserve plaatst dat art. 140 Sr een bijzonder delict is, en geen deelnemingsvorm. Hij noemt het voorbeeld van iemand die deelneemt aan een criminele organisatie die valsheid in geschrift èn moord en doodslag beoogt, terwijl deze deelnemer alleen wetenschap heeft van de valsheid in geschrift. Zou het, zo vraagt De Hullu zich dan af, wel in overeenstemming zijn met het schuldbeginsel indien de deelnemer ook aansprakelijk zou worden gehouden ter zake van overtreding van art. 140 Sr voorzover de organisatie moord en doodslag beoogt?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dbca10320ee62df480d05d229cbc9762482eda1e21bb6cde3654987f07c6cb5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dbca10320ee62df480d05d229cbc9762482eda1e21bb6cde3654987f07c6cb5, en de alinea staat in dat document op bytes 20120 tot 21264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4dbca10320ee62df480d05d229cbc9762482eda1e21bb6cde3654987f07c6cb5 | shasum -a 256