Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 100 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.
43. Nu vast staat dat de proces-partijen anderen waren dan verdachte meen ik dat de uitspraak van de ombudskamer niet maatgevend is voor de onderhavige strafzaak; het andersluidende oordeel van het hof vind ik onbegrijpelijk, zo niet onjuist. Voor een extensieve interpretatie van de uitspraak van de vierde kamer lijkt mij geen aanleiding te bestaan. Het (eerste) sub-onderdeel dat klaagt over de onberedeneerde uitbreiding die het hof aan de door de Hoge Raad geformuleerde regel heeft gegeven, slaagt derhalve, zodat de overige sub-onderdelen en het tweede middelonderdeel en zijn sub-onderdelen geen bespreking meer behoeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 44112 tot 44755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8 | shasum -a 256