Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

46. Voor dit aspect geldt hetzelfde als ik hierboven in de zaak [medeverdachte B] opmerkte. Ik wil echter niet voorbijgaan aan het punt dat in het civiele recht de statutair directeur een bijzondere positie kan innemen en wellicht in deze zaak niet als een onbetrokken derde kan worden gezien. Ik maak deze opmerking naar aanleiding van de (vereenzelvigings)vraag wie als partij-getuige in een civiel geding kan optreden. Zie Burgerlijke Rechtsvordering I.3 p. 423-424 en de conclusie van mijn ambtgenoot mevrouw mr Wesseling-Van Gent voor het arrest van 23 juni 2000, C 98/312.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 45193 tot 45784.