Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 105 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

48. In het perspectief van de vereenzelviging van [verdachte] als statutair directeur met [C B.V.] heb ik ten aanzien van [verdachte] geen andere opmerkingen dan ten aanzien van [C B.V.]. Dan is het de valse voorstelling van zaken die in de tegenvordering wordt gegeven en die de tegenpartij uitlokte tot het overleggen van de incriminerende documenten, die de rechter als hoeder van de integriteit van het proces van waarheidsvinding in civilibus de bevoegdheid gaf om van hetgeen hem werd geopenbaard mededeling te doen aan het bevoegd gezag. Ook dan acht ik het middel gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 46289 tot 46882.