Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.
12. Bij het tweede voorbehoud in artikel 28a Wet RO kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het gerezen vermoeden van meineed, gepleegd door een getuige die ter zitting of in raadkamer wordt gehoord (artikelen 293, 398.4°, 419 en 425.1° Sv.) en wellicht ook aan de rechter-commissaris in een faillissement die bij de uitoefening van zijn taak vermoedelijk gepleegde strafbare feiten ontdekt. Over zodanige gevallen gaat het in casu echter niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 14575 tot 15030.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8 | shasum -a 256