Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

16. In de MvT bij deze wet (Tweede Kamer 1982-1983, 18.054, stuknr. 3, p. 8, § 5) worden eerdere beschouwingen van de Regering over bedoeld rapport als volgt samengevat: "Zij leidden tot de gevolgtrekking die ik op deze plaats gaarne nog eens herhaal ..., dat wettelijke geheimhoudingsbepalingen of de bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet de strekking kunnen hebben af te doen aan de algemene bevoegdheid respectievelijk de verplichting tot het doen van aangifte, als vervat in artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering. Dat betekent geenszins dat aan wettelijke geheimhoudingsbepalingen of aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer geen enkele werking toekomt. Zo blijft de geheimhoudingsplicht onverlet ten aanzien van het verstrekken van gegevens aan anderen dan justitiële organen of autoriteiten. Dit standpunt stemt geheel overeen met het in het ISMO-rapport gestelde".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 15789 tot 16705.