Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

20. Voorts is opvallend dat reeds in de MvA, waarin naar de aangehaalde § 5 van de MvT wordt verwezen (Tweede Kamer 1983-1984, 18.054, stuknr. 6, p. 6, vierde volle alinea), in voormeld verband nog slechts de verplichting tot het doen van aangifte als de uitzondering wordt genoemd. Corstens, Het Nederlands Strafprocesrecht (1995), p. 74 acht het prevaleren van de aangifteplicht boven de geheimhoudingsplichten "alleszins redelijk, omdat de aangifteplicht zeer beperkt is en de wetgever daardoor het met aangifte gediende belang op een hoger niveau heeft getild." Wisselink, "Beroepsgeheimen, ambtsgeheim en verschoningsrecht " (1988), p. 12 richt zich geheel op de aangifteplicht, zoals ook J.J.I. Verburg, "Het beroepsgeheim" (1985), p. 21/22.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 17273 tot 18034.