Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

22. Een geding moet zoveel mogelijk op basis van de werkelijkheid worden beslist. Partijen zijn ook gehouden de desbetreffende stukken in het geding te brengen. Achtergehouden stukken van beslissende aard, die achteraf worden ontdekt, geven grond voor request-civiel (artikel 382.8° Rv.). De gelijke behandeling van partijen en de regels van "fair play" vereisen dat partijen alle voor de beslissing relevante gegevens moeten kunnen verstrekken, onder meer zonder vrees dat zij door tussenkomst van de rechter zelf aan mogelijke strafvervolging zullen worden blootgesteld. In dit licht bezien past ook niet dat de rechter zonder dat op hem daartoe een wettelijke verplichting rust - zulks op grond van de door de wetgever afgewogen ernst van de vermoedelijke delicten - tot aangifte zou kunnen overgaan. ()

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 18456 tot 19276.