Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

Tijdens de behandeling van de echtscheiding heeft de echtgenote van de verdachte, [betrokkene F] , stukken ingebracht betreffende deposito's van verdachte bij een bank in Oostenrijk (voor een totaalbedrag van ongeveer een half miljoen gulden). Volgens de echtgenote was dit zwart geld van verdachte. Na door de echtscheidingsrechter op zijn wettelijk zwijgrecht te zijn gewezen heeft verdachte verklaard dat het geld weliswaar tot hem te herleiden is, maar dat hij het voor een ander in Oostenrijk had belegd. Ten bewijze hiervan heeft verdachte twee beleggingsovereenkomsten aan de rechter overgelegd, en voorts een brief waaruit zou blijken dat de beleggingen waren beëindigd en de gelden waren terugbetaald aan de rechthebbende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 28912 tot 29657.