Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 83 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

27. Het komt mij dat het middel in de zaak-[medeverdachte H] uitnodigt tot het bewandelen van een niet noodzakelijke omweg. Het is naar mijn oordeel namelijk de uitzondering die art. 28a RO bevat, in combinatie met de algemene bevoegdheid van een ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit om aangifte te doen (art. 161 Sv) die op het handelen van de echtscheidingsrechter in deze zaak toepasselijk is en die het andersluidende oordeel van het hof onbegrijpelijk maakt, en misschien zelfs wel onjuist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 32915 tot 33440.