Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

28. Het onderhavige geval wordt immers getypeerd door een poging van verdachte, een van de partijen in het civiele geding, om de behandelend rechter te misleiden door het overleggen van vals opgemaakte stukken, en wel stukken die met het oog op de echtscheidingsprocedure werden vervalst. Dit geval onderscheidt zich derhalve van het in het arrest van de vierde kamer behandelde geval waarin de rechter tijdens de procedure ontdekt dat een van de partijen (of beide) zich in het verleden aan het plegen van strafbare feiten had (hadden) schuldig gemaakt. In die zaak was het juist niet misleiding, maar wel juiste voorlichting van de rechter waar het om ging: partijen moesten zich niet belemmerd voelen in het aan de rechter voorleggen van alle voor de te nemen beslissing relevante feiten en omstandigheden, ook indien daarbij van strafbare feiten zou blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 33460 tot 34336.