Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.
29. Stel dat in de onderhavige zaak een getuige onder ede iets had gedaan dat inhoudelijk vergelijkbaar is met wat de verdachte deed: dan zou de aangifte door de rechter ten overstaan van wie de meinedige verklaring werd afgelegd stellig niet als een schending van zijn geheimhoudingsplicht worden gezien, maar worden beschouwd als een mededeling waarvan de noodzaak uit zijn rechterlijke taak voortvloeit. De uitspraak van de ombudskamer hierover geen misverstand bestaan (rov. 3.3 slot). Zie ook de conclusie van de P-G in punt 12.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 34356 tot 34902.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8 | shasum -a 256