Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

Het eerste sub-onderdeel van het eerste onderdeel stelt de vraag aan de orde of de rechter onverplicht aangifte mag doen en formuleert als klacht een motiveringsgebrek doordat het hof niet - zoals uit de tekst van het arrest van de ombudskamer wel zou voortvloeien - heeft vastgesteld dat de litigieuze stukken in het kader van een mondelinge behandeling op een openbare terechtzitting zijn overgelegd, en door evenmin vast te stellen dat partijen of een van de partijen zich aan het plegen van de strafbare feiten heeft schuldig gemaakt. De steller van het middel merkt terecht op dat verdachte in die civiele procedure geen partij was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 41181 tot 41831.