Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Alinea 99 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2513.

42. Hieruit meen ik te mogen opmaken dat de aangiftebevoegdheid van de rechter onverlet blijft indien hij tijdens de behandeling van de civiele zaak op de hoogte komt van door anderen begane strafbare feiten. Hoewel ik me bewust ben dat onder deze formule gevallen van zeer uiteenlopende aard kunnen ressorteren, van enerzijds nauw met een proces-partij verbonden derden tot totaal onbetrokken vreemden, komt het me niet geraden voor hier casuïstiek te bedrijven; het onderscheid: procespartij of niet, is op zichzelf helder en goed werkbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fae52558afedc7dcb7b1a69d33aaa49a42a7c0dad56ab3b3acfa5857ed755d8, en de alinea staat in dat document op bytes 43536 tot 44092.