Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2001

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2770.

De vergelijking dringt zich op met de zaak die leidde tot de uitspraak van Uw Raad van 25 mei 1999, griffienummer 110.900 P. Daarin was in de hoofdzaak veroordeeld voor het plegen van handelingen, gericht op vervoer, opslag en ontvangst van heroïne. In de ontnemingsprocedure werd als wederrechtelijk verkregen voordeel de opbrengst van de verkoop van die heroïne aangemerkt. Uw Raad oordeelde dat, indien een bepaald feit op zichzelf geen rechtstreeks voordeel oplevert, doch kennelijk ertoe strekt en geëigend is het voordeel te generen en dat voordeel ook is genoten, dat voordeel moet worden beschouwd als door middel van dat feit te zijn verkregen in de zin van artikel 36e , tweede lid Sr.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9bc0effd2aae4fbb82564173ebe8e32839c3665a7aa9f7adaaa79693344570a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9bc0effd2aae4fbb82564173ebe8e32839c3665a7aa9f7adaaa79693344570a, en de alinea staat in dat document op bytes 21865 tot 22576.