Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2001
Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2770.
4.3. Bij de bespreking van deze twee middelen stel ik voorop dat het hof zich alleen de vraag heeft behoeven te stellen of er voldoende aanwijzingen voor zijn (art. 36e lid 2 Sr) of dat aannemelijk (art. 36e lid 3 Sr) is dat de veroordeelde de feiten heeft begaan. De strenge eisen die aan de genoegzaamheid van het bewijs voor een bewezenverklaard feit worden gesteld, gelden hier dus niet. Waar de middelen erover klagen dat uit de inhoud van de bewijsmiddelen de vervulling van een bestanddeel van een delictsomschrijving niet blijkt of vast staat is dat dan ook tevergeefs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9bc0effd2aae4fbb82564173ebe8e32839c3665a7aa9f7adaaa79693344570a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9bc0effd2aae4fbb82564173ebe8e32839c3665a7aa9f7adaaa79693344570a, en de alinea staat in dat document op bytes 28015 tot 28607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9bc0effd2aae4fbb82564173ebe8e32839c3665a7aa9f7adaaa79693344570a | shasum -a 256