Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2771.

3.4. De klacht dat het hof een aantal omstandigheden voor het bewijs heeft laten medewerken zonder dat deze omstandigheden in de bewijsconstructie in het arrest zijn opgenomen gaat uit van de opvatting dat een bewijsverweer is gevoerd. Zelfs als het verweer aldus zou moeten worden verstaan gaat het mijns inziens niet op. Het eerste onderdeel, over de verwijdering van de bh tijdens de haptonomische aanrakingen, vindt steun in de zevende verklaring door verdachte afgelegd, welke verklaring wel voor het bewijs is gebruikt, en in de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd. Het hof heeft overwogen dat dit eerste onderdeel ter terechtzitting in hoger beroep niet is betwist. Aldus heeft het Hof ter ondersteuning van zijn bewijsoordeel gebruik gemaakt van een wettig bewijsmiddel.(7) Daaraan doet niet af dat die onderdelen niet uitdrukkelijk als inhoud van het bewijsmiddel in zijn arrest is opgenomen.(8) Hetzelfde geldt voor het onderdeel van de overwegingen van het hof over een onvoldoende verificatie door verdachte bij patiënte over zijn behandelwijze. Dat onderdeel vindt eveneens steun in een wettig bewijsmiddel, namelijk in de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep afgelegd. Voorts berust dit onderdeel op de voor het bewijs gebezigde verklaring van patiënte (bewijsmiddel 1a), voorzover inhoudende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbd168d2129d31c7b109f86de08d4374d566c7ab57b85de832823529a4e05151. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbd168d2129d31c7b109f86de08d4374d566c7ab57b85de832823529a4e05151, en de alinea staat in dat document op bytes 12574 tot 13952.