Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2815.
8. Uit de akte van uitreiking behorende bij de appèldagvaarding blijkt dat de postbode op 29 maart 1999 de betreffende gerechtelijke brief niet heeft kunnen uitreiken omdat op het adres [a-straat 1] te [plaats] niemand werd aangetroffen. De postbode heeft ter plaatse een bericht van aankomst achtergelaten, waarin is vermeld dat de brief binnen een in dat bericht gestelde termijn kon worden afgehaald op het daarin genoemde postkantoor of politiebureau. Uit dezelfde akte van uitreiking blijkt dat deze op 21 april 1999 overeenkomstig art. 588, derde lid onder c, Sv is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage en als gewone brief is verzonden aan het eerder genoemde adres.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e960db8a172f9ca98c4691574be4b8f0f6a7cae231d88f891a0a239d2330fb0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e960db8a172f9ca98c4691574be4b8f0f6a7cae231d88f891a0a239d2330fb0a, en de alinea staat in dat document op bytes 6847 tot 7570.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e960db8a172f9ca98c4691574be4b8f0f6a7cae231d88f891a0a239d2330fb0a | shasum -a 256