Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2815.
14. Hieruit volgt dat de onjuiste registratie van de gegevens van verdachte in het GBA voor zijn risico komt (zie ook HR 30 januari 2001, NJ 2001, 243 rov. 4.2.2.). Daarom was het hof, ondanks een aanwijzing dat de geregistreerde gegevens vermoedelijk niet overeenkomstig de werkelijkheid waren, niet gehouden tot nader onderzoek naar de daadwerkelijke woon- of verblijfplaats van verdachte. Dit betekent dat de appèldagvaarding is betekend overeenkomstig art. 588, derde lid onder c, Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e960db8a172f9ca98c4691574be4b8f0f6a7cae231d88f891a0a239d2330fb0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e960db8a172f9ca98c4691574be4b8f0f6a7cae231d88f891a0a239d2330fb0a, en de alinea staat in dat document op bytes 10836 tot 11338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e960db8a172f9ca98c4691574be4b8f0f6a7cae231d88f891a0a239d2330fb0a | shasum -a 256