Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2001

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2001

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juli 2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD2836.

6. Ten aanzien van de Nederlandse pendant van art. 394 SvNA, art. 422 Sv, heeft de Hoge Raad herhaaldelijk uitgemaakt dat de rechter niet verplicht is om in zijn uitspraak uitdrukkelijk kenbaar te maken dat de beraadslaging in hoger beroep mede naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg heeft plaatsgevonden (zie niet alleen Melai, suppl. 38, aant. 8 bij art 422 Sv en HR 18 februari 1935, NJ 1935, p. 534, maar ook het in de schriftuur aangehaalde HR DD 92.054). Er is geen reden om ten aanzien van art. 394 SvNA anders te oordelen. Het middel geeft daarvoor ook geen enkel argument.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e52bfa3678249f227c5f54765ca5e230931fd9bb7ade0fa454c35a18ab6c392e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e52bfa3678249f227c5f54765ca5e230931fd9bb7ade0fa454c35a18ab6c392e, en de alinea staat in dat document op bytes 5017 tot 5646.