Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 176 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2825.

9.4. Dat belastingverdragen bilaterale verdragen zijn en onderling een gelijke rangorde hebben, acht ik evenmin doorslaggevende argumenten. Ik zie niet in dat het bilaterale karakter van deze verdragen of hun gelijke rangorde op zich verhindert dat bij de toepassing van een bepaling in het ene verdrag de werking van een bepaling in het andere verdrag mede in aanmerking wordt genomen. Tenslotte maken "een ieder verbindende bepalingen" van internationale verdragen deel uit van onze rechtsorde. En in die rechtsorde komt samenloop of botsing van regels vaker voor. Of een verdragsbepaling invloed uitoefent op de inhoud van een bepaling in een ander verdrag, is naar mijn mening een kwestie van uitlegging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6033f4ddd252fc647601745e05302758317ffcaab56e7a9c6fee83b166338f8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6033f4ddd252fc647601745e05302758317ffcaab56e7a9c6fee83b166338f8a, en de alinea staat in dat document op bytes 51724 tot 52446.