Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 137 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2856.
8.3 Maar geen van deze drie veronderstellingen steunt op voldoende feitelijk grondslag. De tweede veronderstelling is zichtbaar onjuist. Zoals in de toelichting bij het middel wordt opgemerkt, was in 1989 in Nederland geen sprake van een CFM-regime. Bij een vergelijking van regimes in verschillende belastingjaren kan niet worden voorbijgegaan aan gewijzigde opvattingen over wat als een redelijke belastingheffing kan worden aangemerkt. Ik wijs er op dat het Nederlandse CFM-regime is ingegeven door de "toenemende internationale concurrentie."(53) Gelet op de tendens van lagere (effectieve) vennootschapsbelastingtarieven lijkt het me onjuist om de in 1997 ingevoerde CFM-heffing van art. 15b Wet Vpb 1969 aan te merken als een anno 1989 naar Nederlandse maatstaven redelijke heffing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b, en de alinea staat in dat document op bytes 69683 tot 70485.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b | shasum -a 256