Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2856.

Door dit arrest dreigde Nederland de financier te worden van de excess foreign tax credits van Britse concerns. Daartegen is de wetgever opgetreden (zie 5 hieronder). Uit HR 27 september 1995, BNB 1996/6, met noot Hoogendoorn, blijkt dat ook van compenserende heffing sprake kan zijn indien bij de crediteur per saldo geen heffingsgrondslag resteert als gevolg van aftrek van rente op een lening tot financiering van een overname. De Noorse aandeelhouder van een Nederlandse tussenholding had aandelen in een Nederlandse BV gekocht van een ongelieerde verkoper, en na drie jaar doorverkocht aan die Nederlandse tussenholding, die de koopsom schuldig bleef, waarna dochter en tussenholding fiscaal gevoegd werden, zodat dochter's fiscale winst genihiliseerd werd door de rente-aftrek bij de tussnholding. De aandeelhouder was over de rente feitelijk in zijn vestigingsland geen belasting verschuldigd ten gevolge van de aftrek van rente op een externe banklening waarmee hij de aankoop van de Nederlandse BV had gefinancierd. U overwoog (r.o. 3.6 - 3.7):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b, en de alinea staat in dat document op bytes 21692 tot 22759.