Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2856.
5.1 De Wet van 13 december 1996, Stb. 651, bestrijdt twee vormen van winstdrainage. De eerste vorm bestaat uit kunstmatige creatie van vreemd vermogen. Daartegen richt zich art. 10a Wet Vpb 1969. Deze vorm valt weer uiteen in twee subvormen: (i) schuldigerkenningen in moeder-dochterverhoudingen (lid 1) en (ii) leenverhoudingen binnen concern in verband met bepaalde rechtshandelingen, zoals interne verhangingen van dochtermaatschappijen (lid 2). De tweede hoofdvorm betreft winstdrainage door middel van overnameholdings. Art. 15, lid 4, Wet Vpb 1969 bewerkstelligt dat indien een (al dan niet voorheen gelieerde) overgenomen vennootschap wordt gevoegd in een fiscale eenheid met de belastingplichtige overnemer, de door de overnemer betaalde financieringsrente in de acht jaar na de overname niet in aftrek op de winst van de overgenomen vennootschap komt. Bij een compenserende heffing wordt hierop geen uitzondering gemaakt, omdat de renteaftrek niet definitief wordt geweigerd, maar slechts wordt 'getemporiseerd'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b, en de alinea staat in dat document op bytes 34566 tot 35600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff06c5840517b26b3986c3af126699fc79ee623831b1b98e05ffe9fc8afe8d1b | shasum -a 256