Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 50 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2865.

5.5. Uit de door verweerder overgelegde stukken, (...), in samenhang met hetgeen namens belanghebbende hierover ter zitting is verklaard, leidt het Hof af dat de deelname aan drafwedstrijden, bij welke gelegenheid renpaarden enige tijd worden voorzien van een reclame-uiting in de vorm van een dekkleed met opdruk van de bedrijfsnaam of het bedrijfslogo, op zichzelf in slechts beperkte mate tot vergroting van de naamsbekendheid van belanghebbende heeft geleid. In dit verband acht het Hof van belang dat, zoals verweerder heeft gesteld en belanghebbende niet heeft weersproken, dat de naam van belanghebbende slechts een paar minuten voor de wedstrijd zichtbaar is. Voorts acht het Hof aannemelijk dat A, gelet op diens langdurige betrokkenheid bij de paardensport, daarin ook persoonlijk een bijzondere interesse heeft. Aan deze feiten en omstandigheden verbindt het Hof de conclusie dat tussen de kosten van het houden van paarden en het laten deelnemen van deze paarden aan drafwedstrijden enerzijds en het nut van deze kosten voor de onderneming van belanghebbende anderzijds een zodanige wanverhouding bestaat dat geen redelijk denkend ondernemer kan volhouden dat de uitgaven ten volle met het oog op de zakelijke belangen van de onderneming zijn gedaan. De kosten van het houden van paarden en het deelnemen aan wedstrijden kunnen derhalve niet volledig als zakelijke uitgaven worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33, en de alinea staat in dat document op bytes 11642 tot 13058.