Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2865.

4.6. Dat het Hof laatstbedoelde omstandigheid ook bij zijn afweging van kosten en nut in beschouwing heeft genomen, acht ik onjuist. Nu eenmaal vaststaat dat het besluit van belanghebbende om reclame te maken in - wat het Hof noemt - het milieu van de draf- en rensport het belang van de onderneming dient, doen de subjectieve beweegredenen van belanghebbende of haar aandeelhouder betreffende de wijze van uitvoering van dit besluit verder niet ter zake. Het gaat slechts erom of de verhouding tussen kosten en nut, objectief bezien, ten gevolge heeft dat moet worden gezegd dat geen redelijk denkend ondernemer in belanghebbendes omstandigheden kan volhouden het houden van paarden en het laten deelnemen van de paarden aan drafwedstrijden als wijze van reclame maken te hebben verkozen wegens de zakelijke belangen van zijn onderneming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33, en de alinea staat in dat document op bytes 18543 tot 19399.