Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 juni 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2865.
4.9. Naar ik meen kan evenwel aan de omstandigheid dat de naam of het logo van belanghebbende telkens bij een wedstrijd niet meer dan enkele minuten voor het publiek zichtbaar is, niet zonder meer - dus niet zonder nadere redengeving - de conclusie verbonden worden dat de deelname van de paarden aan wedstrijden slechts in beperkte mate tot een vergroting van de naamsbekendheid van belanghebbende heeft geleid. Nog minder kan daaraan zonder meer de conclusie verbonden worden - in een prospectieve benadering - dat belanghebbende, toen zij de kosten maakte, in redelijkheid niet erop mocht rekenen dat de deelname van de paarden aan de wedstrijden tot een vergroting van haar naamsbekendheid zou leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33, en de alinea staat in dat document op bytes 20688 tot 21406.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/07ee63cffb3967a5577ebabc413d530d45a285583fb4502ed6513cd197447d33 | shasum -a 256