Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.

4. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 oktober 1999 en de aan het uitgewerkte exemplaar daarvan gehechte pleitaantekeningen heeft de raadsman bij wege van preliminair verweer aangevoerd dat de inleidende dagvaarding wegens onvolkomenheden in de tenlastelegging van de feiten 1 en 2 nietig verklaard behoorde te worden zoals weergegeven in de toelichting op het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 5516 tot 5918.