Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.
10. De stelling dat verzoeker ook tijdens het onderzoek ter terechtzitting niet duidelijk is geworden op welke concrete misdrijven de hem verweten voorbereidingshandelingen betrekking zouden moeten hebben lijkt mij de klacht niet sterker te maken. Uit verzoekers aldaar afgelegde verklaring blijkt dat verzoeker zeer wel heeft begrepen dat het hem gemaakte verwijt zich toespitste op het 'mixen' van stoffen, en ook de bij pleidooi voorgedragen pleitaantekeningen (die zijn gehecht aan het verkorte proces-verbaal der terechtzitting) wijzen uit dat het de verdediging duidelijk was dat verzoeker is vervolgd omdat hij middelen ter versnijding van heroïne zou hebben geprepareerd of voorhanden gehad, en dat daarin ook verzoekers deelneming aan de criminele organisatie, waardoor de binnen die organisatie beoogde misdrijven werden bevorderd, gelegen zou zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 9256 tot 10130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb | shasum -a 256