Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.

Daarnaast wordt gesteld dat, voor zover de verwerping van het verweer inhoudt dat die aan het verweer ten grondslag gelegde feiten niet aannemelijk zijn geworden, dit oordeel onbegrijpelijk is, en daarenboven onbegrijpelijk is dat het Hof de door verzoeker gegeven toestemming heeft opgevat als een "ongeclausuleerde, ten aanzien van plaats en tijd" gegeven toestemming.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 12441 tot 12824.