Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.
19. Bij beoordeling van deze klacht dient voorop gesteld te worden dat er een wettelijke grondslag voor het uitoefenen van bevoegdheden moet zijn indien de toepassing van die bevoegdheden een inbreuk op grondwettelijk of verdragsrechtelijk gewaarborgde rechten meebrengt. In dat geval zullen de voorwaarden en beperkingen in acht genomen moeten worden die de wettelijke regeling meebrengt. De toepassing van de wel als 'dwangmiddelen' aangeduide bevoegdheden is dan aan de orde. Van een meer of minder verstrekkende beperking van de uitoefening van grondrechten is evenwel geen sprake indien degene die zich op het grondrecht kan beroepen vrijwillig afziet van (onverkorte) uitoefening daarvan. Binnentreden in een besloten plaats, of zelfs in vertrekken waarin iemand zijn huiselijk leven heeft gevestigd, is niet als een inbreuk op het recht op respect voor de persoonlijke levenssfeer aan te merken indien de betrokkene tot dat binnentreden toestemming heeft verleend. Een onderzoek in een woning waarvoor de bewoner zulke toestemming heeft verleend is niet aan te merken als toepassing van een tot binnentreden strekkende opsporingsbevoegdheid, als voorzien in bijvoorbeeld art. 9 Ow of art. 97 Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 14309 tot 15524.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb | shasum -a 256