Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.
22. Het Hof kon uit de stukken van het opsporingsonderzoek opmaken dat verzoeker de hierboven weergegeven toestemming voor het binnentreden in zijn woning en in zijn caravan heeft gegeven nadat hij was aangehouden, waarbij een zakje met bruin poeder bij hem was aangetroffen en verzoeker tegenover de politiemensen die hem aanhielden had verklaard dat hij in zijn woning nog veel meer van dat poeder had, naar verzoekers zeggen een mengsel van coffeïne en paracetamol (doorgenummerd p. 675). Daaruit kon het Hof afleiden dat verzoeker de toestemming tot het instellen van een onderzoek in zijn woning gaf in het besef dat de politie belang stelde in het achterhalen van het poeder dat verzoeker naar eigen zeggen in zijn woning aanwezig had, dat de politiemensen in alle vertrekken van zijn woning een onderzoek naar dat poeder wensten te verrichten, en dat zij het inderdaad aangetroffen poeder (en de daarmee verband houdende voorwerpen) in het belang van het onderzoek onder zich zouden gaan nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 16961 tot 17976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb | shasum -a 256