Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.

24. Uit de bovengenoemde verklaringen van de opsporingsambtenaren Grimm en Hankel, afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris op 17 juni 1996, en uit hun op 24 en 25 juli 1996 opgemaakte processen-verbaal blijkt dat deze beide opsporingsambtenaren op 15 mei 1995 opnieuw verzoekers woning zijn binnengegaan, gebruik makend van verzoekers huissleutels. Dat binnentreden diende een onderzoeksdoel, te weten het tellen en opmeten van sluitringen van kartonnen vaten. Grimm heeft evenwel verklaard dat hij en zijn collega in verzoekers woning ook nog hebben gewacht op diens vriendin, die volgens afspraak kleding voor verzoeker zou meegeven. De opsporingsambtenaren zouden die vriendin een betaalpasje afgeven, maar dat hadden zij niet bij zich. Die vriendin heeft vervolgens geld geleend en een deel daarvan voor verzoeker meegegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 18884 tot 19737.