Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.
31. Ad c. De uit de bewijsmiddelen blijkende omstandigheid dat verzoeker soms een monster heroïne meekreeg om de bij hem bestelde 'mix' op de juiste kleur te kunnen brengen (bewijsmiddel 1 C ten aanzien van feit 1 en bewijsmiddel 4 ten aanzien van feit 2) kan naar mijn oordeel bijdragen aan het bewijs dat verzoeker wist, of ernstige reden had om te vermoeden, dat het om heroïne ging, en dat de door hem geleverde 'mix' werd gebruikt om heroïne te versnijden. Tot het bewijs dat verzoeker in die wetenschap of met dat ernstig vermoeden heeft gehandeld kan naar mijn inzicht ook bijdragen dat verzoeker blijkens bewijsmiddel 1 C (ten aanzien van feit 1) en bewijsmiddel 3 B (ten aanzien van feit 2) voor de door hem geleverde 'mix' bedragen bedong van ( 1000,= tot ( 1500,= à ( 2000,= per kilo, hetgeen vele malen meer is dan de inkoopsprijs van de stoffen waarmee verzoeker de 'mix' vervaardigde (bewijsmiddel 1 D).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 25024 tot 25959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb | shasum -a 256