Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.

Bij het oordeel of de tijdsduur tussen het instellen van hoger beroep en de afronding van de behandeling in dat hoger beroep een schending van het in art. 6 lid 1 EVRM gewaarborgde recht op berechting binnen een redelijke termijn oplevert komt aan het niet naleven van art. 365a, derde lid, Sv derhalve geen zelfstandige betekenis toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 38999 tot 39348.