Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.

51. Voorts kan er in het niet in acht nemen van de in art. 365a, derde lid, Sv bedoelde termijn geen vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv gelegen zijn, aangezien laatstbedoelde bepaling alleen betrekking heeft op vormverzuimen in het vooronderzoek. Het verweer dat niet-naleving van art. 365a, lid 3, Sv consequenties moet hebben kan daarom geen verplichting voor de rechter meebrengen daaromtrent op de voet van art. 359a Sv gemotiveerd te beslissen. De verwijzing naar HR NJ 2000, 693 kan verzoeker om die reden niet baten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 39386 tot 39927.