Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AB2873.

52. In aanmerking genomen dat het Hof bij zijn oordeel dat, zoals de verdediging heeft betoogd, de procedure over het geheel genomen een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM opleverde reeds het tijdsverloop in die procedure tot aan het moment waarop de zaak in hoger beroep kon worden behandeld heeft meegewogen, behoefde het niet in te gaan op de stelling dat de overschrijding van de in art. 365a lid 3 Sv gestelde termijn bij het uitwerken van het in eerste aanleg gewezen vonnis - welke overschrijding overigens slechts twee dagen betrof - tot (verdergaande) strafvermindering moest voeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff3b65289b7020f28f518d0070040cdee90cc3c37f1068e9d082d0c2ca02f7eb, en de alinea staat in dat document op bytes 39966 tot 40609.