Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD3575.
5.4. Nu vaststaat dat, enerzijds, geen sprake is van de bron inkomsten uit vermogen en, anderzijds, wel sprake is van de bron aanmerkelijk belang, terwijl voorts vaststaat dat de rentekosten zijn gemaakt teneinde het aanmerkelijk belang te verwerven, dienen die rentekosten aan die bron (aanmerkelijk belang) te worden toegerekend en bij de vaststelling van de winst uit aanmerkelijk belang in aanmerking te worden genomen. In het onderhavige geval behoren de rentekosten tot de ten laste van de verkrijger gekomen kosten in de zin van artikel 39, vierde lid, van de Wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8b9e30efe502bdebe26344a3df6b4ff3742e3c7d620aea9ab40adf2b1f03ec2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8b9e30efe502bdebe26344a3df6b4ff3742e3c7d620aea9ab40adf2b1f03ec2, en de alinea staat in dat document op bytes 14731 tot 15315.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b8b9e30efe502bdebe26344a3df6b4ff3742e3c7d620aea9ab40adf2b1f03ec2 | shasum -a 256