Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4402.
11. De tweede klacht is klaarblijkelijk gebaseerd op HR NJ 1990, 750. Ik ben evenwel de mening toegedaan dat HR NJ 1994, 552 tot een ander inzicht leidt. De Hoge Raad spreekt daarin van gegevens en stukken die aan de externe deskundige ter beschikking zijn gesteld door de advocaat. Gegevens waarop het verschoningsrecht berust kunnen zeer wel in correspondentie tussen de advocaat en de adviseur zijn verwerkt. Zij behoeven niet te zijn neergelegd in afzonderlijke stukken die de advocaat bijvoorbeeld van zijn cliënt heeft verkregen. Ook hier geldt weer dat in beginsel de verschoningsgerechtigde het laatste woord heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f03bf0ebca54b75bada502d03cc79a13a9f72a46bb847c0e1ee94a8e0413329. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f03bf0ebca54b75bada502d03cc79a13a9f72a46bb847c0e1ee94a8e0413329, en de alinea staat in dat document op bytes 13722 tot 14359.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0f03bf0ebca54b75bada502d03cc79a13a9f72a46bb847c0e1ee94a8e0413329 | shasum -a 256