Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4915.

6) Ofschoon ik onmiddellijk erken dat de feiten in de onderhavige zaak wezenlijk anders liggen, moest ik bij de voorbereiding van deze conclusie toch onwillekeurig telkens aan het door St. Yvo opgeloste dilemma denken. Want ook hier kan men, met een niet ongebruikelijke beeldspraak, zeggen dat [verweerder] slechts heeft mogen ruiken aan de genietingen van het aan Interplant toebehorende kwekersrecht, zonder die genietingen ook materieel deelachtig te worden. Van datgene waar het ongetwijfeld om ging, nl. verkrijging van verhandelbare rozen waarmee [verweerder] zijn voordeel kon doen, is het immers niet gekomen. In cassatie mag tot uitgangspunt worden genomen dat [verweerder] weliswaar aan Interplant voorbehouden vermeerderingshandelingen met betrekking tot de ten gunste van Interplant beschermde rozenrassen in het werk heeft gesteld, maar dat de geteelde rozen zijn vernietigd zonder dat ze in het verkeer zijn gebracht, of [verweerder] (of wie dan ook) anders tot voordeel hebben gestrekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7, en de alinea staat in dat document op bytes 7337 tot 8352.