Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4915.

7) Het cassatiemiddel verdedigt in een aantal verschillende benaderingen dat Interplant niettemin aanspraak heeft op schadevergoeding omdat, kort gezegd, [verweerder] toch maar de aan Interplant voorbehouden handelingen heeft verricht - waaraan dan de conclusie zou moeten worden verbonden dat Interplant recht heeft op de vergoeding die gewoonlijk voor het verrichten van die handelingen wordt bedongen. De argumenten van het middel gaan er echter telkens aan voorbij dat [verweerder] weliswaar aan Interplant voorbehouden vermeerderingshandelingen heeft verricht, maar dat hij niet heeft gekregen (en dus ook niet ten laste van Interplant heeft genoten) datgene, waar het bij de verlening van een licentie - en in het verlengde daarvan ook bij de bepaling van een schadevergoeding aan de hand van wat wel een "notional royalty" wordt genoemd - nu juist om gaat: de uitkomsten van de voorbehouden handelingen, waarmee men (als hypothetisch licentienemer) zijn voordeel heeft kunnen doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7, en de alinea staat in dat document op bytes 8372 tot 9373.