Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4915.
Bij de vaststelling van schade op de voet van gederfd voordeel stuit men soms op de moeilijkheid, dat het in de gegeven omstandigheden onaannemelijk is dat de eiser werkelijk het veronderstelde voordeel zou hebben genoten wanneer de onrechtmatige gedragingen van de aangesprokene achterwege zouden zijn gebleven. Dit is één van de gevallen waarin "abstracte" schadebegroting wel wordt verdedigd(6). Daarbij wordt echter veelal tot uitgangspunt genomen dat de aangesprokene wèl geprofiteerd heeft van datgene wat hij door onrechtmatig handelen jegens de eiser heeft "genoten". De rechtsgrond voor de aansprakelijkheid wordt in dergelijke gevallen dan ook door sommigen gezocht in (schadevergoeding wegens) ongerechtvaardigde verrijking (in plaats van, of naast de ongerechtvaardigde verarming die de basis vormt voor de "gewone" schadeberekening). Abstracte begroting van schade aan de hand van een hypothetische licentievergoeding (of gebruiksvergoeding, wanneer het om andere goederen dan rechten van intellectuele eigendom gaat), ook als de aangesprokene in het geheel niet van de inbreuken geprofiteerd heeft, wordt slechts bij uitzondering verdedigd(7).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7, en de alinea staat in dat document op bytes 12430 tot 13604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7 | shasum -a 256