Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD4915.
Men mag gevoeglijk aannemen dat daarbij niet het geval voor ogen staat waarin de inbreukmaker in het geheel niet van de inbreuk heeft kunnen profiteren, omdat in dat geval geen aannemelijke hypothese over een achteraf vast te stellen royalty kan worden geconstrueerd. Het is immers erg onwaarschijnlijk dat voor de bevoegdheid om een bepaald recht van intellectuele eigendom toe te passen een royalty zou kunnen worden bedongen, ook als de verkregen uitkomsten daarna (moeten) worden vernietigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7, en de alinea staat in dat document op bytes 14169 tot 14677.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e063c8a69ddeee38e9624d8e3dad139fd72edc6201facb60c2a7bc2474d2de7 | shasum -a 256